Colossendeis, CC, Wikipedia
Op zoek naar zee-insecten
In de zee zie je veel kleine dieren die op insecten lijken.
Maar wat zijn het eigenlijk – bestaan er insecten in zee?
Budak, CC, Flickr
De oceaanschaatser
Insecten kennen we allemaal. De meeste zien we niet eens, en sommige laten ons even krabben. Insecten horen bij lucht, op het land en aan het water. Ze ademen via kleine buisjes die alleen met lucht werken.
In zee lukt dat niet: daar heb je kieuwen en stevige schilden nodig. Daarom zie je in zee wel vissen en kreeften, maar bijna geen echte insecten. Insecten hebben altijd zes poten. Veel zeedieren die erop lijken, hebben er meer en leven anders.
Alleen de kleine oceaanschaatser Halobates bleef op de grens leven. Hij ziet nooit een strand en woont niet ín zee maar erop, lopend over het wateroppervlak.
Dieren die op insecten lijken
Toch leven veel dieren in zee die je aan insecten doen denken. Een bidsprinkhaankreeft houdt zijn klauwen omhoog als een bidsprinkhaan. Krill beweegt in grote zwermen. Over de zeebodem schuifelen kleine diertjes die eruitzien als uitvergrote pissebedden.
Sommige hebben lange poten, andere een hard schild of sprieten die voorzichtig bewegen in het water. Ze lopen, kruipen en schieten weg, net als insecten op het land.
Maar onder water gelden andere regels. Wat op een insect lijkt, blijkt iets heel anders te zijn.
Zijn zee-spinnen echte spinnen?
Op de bodem van de zee leeft een dier dat op een spin lijkt maar bijna alleen uit poten bestaat. Ze kunnen tot 70 cm groot worden! Dat zijn de Pycnogonida, de zeespinnen.
Ze zijn geen insecten en ook geen echte spinnen. Hun lichaam is zo klein dat delen van hun maag en darmen doorlopen tot in de poten – een vreemde maar handige oplossing.
Het lijkt alsof de natuur hier een oude vorm heeft bewaard: ze leven al meer dan 400 miljoen jaar in zee.
Strandvlooien, insecten of niet?
Veel mensen denken dat het insecten zijn, maar dat klopt niet. Strandvlooien horen bij de kreeftachtigen, familie van krabben en garnalen.
Ze leven precies op de grens van zee en land. Ze gaan niet de zee in maar leven in nat zand of tussen aangespoeld wier. Daar eten ze kleine resten planten en dieren. Overdag verstoppen ze zich voor uitdroging, want zonder vocht kunnen ze niet overleven.
Isopode ook wel bekend als pissenbed
Als je aan het water zit, kan er ineens iets over je voet kruipen. Koel, snotgroen en snel weer verdwenen, alsof je voet even een steen was. Het is een zeepissebed. Het doet niets en is meestal banger voor jou dan jij voor hem.
Deze diertjes bestonden al lang voordat de eerste dinosaurussen rondliepen. Landpissebedden zijn hun afstammelingen. Net als strandvlooien horen pissebedden bij de kreeftachtigen.
Ze ademen met kleine kieuwachtige plaatjes onder hun lijf, die vochtig moeten blijven. Blijven ze langer dan twee uur droog, dan redden ze het niet.
Knutseldoos
Heel ver weg loopt iets wat op een spin lijkt over de bodem van de oceaan. Langs de Amstel weeft een spin zijn net om lekkere hapjes te vangen. Tussen die twee ligt een geschiedenis van miljoenen jaren.
In de zee komen kieuwen en schilden van pas, op het land buisjes om mee te kunnen ademen. Zo groeide uit één oude familie een wereld vol verschillende beestjes.
Alle aanpassingen die nodig zijn om te overleven lijken op experimenteren in een grote knutseldoos. Kleine veranderingen zoals een net iets langer angeltje kunnen dan na een paar generaties tot stand komen.
Hoe erg is nat voor vogels?
Mensen houden er niet van. Veel dieren houden ook niet van nattigheid. Maar hoe zit het met vogels? Hoe vinden zij het om nat te zijn?;
Over Kletsnat, kleddernat en zeiknat
Deze pagina verscheen voor het eerst in de Amsterdamse buurtkrant #DWARS 255 in februari 2026



