Zonder titel

De smeltende Sneeuwman van Gé Karel

Gé Karel van der Sterren heeft een sneeuwpop geschilderd. Niet een sneeuwpop die rechtop staat in de kou, maar een die al begonnen is te verdwijnen.

Zijn ogen glijden naar beneden, traag, alsof ze hun plaats niet meer kunnen houden. Ook zijn mond zakt – een dunne grasspriet die naar beneden hangt. Het gezicht lijkt niet zozeer verdrietig, eerder moe. Alsof het zich gewonnen geeft aan iets dat al bezig is.

Op zijn hoofd ligt een kleine kroon van takjes. Ze steken licht uit, bijna luchtig, maar geven hem tegelijk iets plechtigs. Had hij armen? Misschien waren ze er, takken die uitstaken, gebaren maakten. Nu zijn ze weg. Zijn lichaam zakt in elkaar. Hij hangt een beetje naar één kant, alsof hij niet meer helemaal kan blijven staan.

Om hem heen hangt een groene waas. Het is geen fris groen, maar een giftig groen. In de verte staat een vorm die op een koeltoren lijkt. De grond is donkerbruin, met plekken fel oranje, alsof er iets onder de oppervlakte zit.

Het is een landschap waarin alles langzaam verschuift. Niets verdwijnt ineens, maar niets blijft ook zoals het was. De sneeuwpop staat er middenin – en verandert mee.